vrijdag 9 januari 2015

Vijf jaar geleden - 9 januari 2010

9 januari 2010


Eindelijk. De kabels op Kalle's hoofd die de hersenactiviteit meten mochten er gisteren af. Hij heeft geen gekke dingen meer laten zien. 
En de CPAP, het buisje voor het ondersteunen van de ademhaling, vonden de artsen ook niet meer nodig. Wow! 

Wat prachtig om te zien hoe Kalle steeds meer Kalle wordt. En steeds minder een soort babypop in een wirwar van slangetjes en kabels. We kunnen nu nog meer van zijn schattig gezichtje genieten. Alleen de slang van de voedingssonde zit nog in Kalle's lief neusje.


We durven niet hard te juichen dat hij stapjes vooruit laat zien. Want zijn toestand is nog steeds niet goed. Maar aan elk klein stapje vooruit klampen wij ons vast als aan een boei in de woeste golven.

We moeten blijven ademen en mogen niet verdrinken in ons verdriet en onze enorme angst om hem te verliezen.





Gisteren hebben we opnieuw de opdracht gegeven om de geboortekaartjes te laten drukken, maar met een aangepaste tekst op de achterkant: 'Tot ons verdriet ligt Kalle met een hersenvliesontsteking in het Sophia Kinderziekenhuis. Hij is blij met elke positieve gedachte aan hem.'
We durfden het nu wel aan. De dagen daarvoor nog niet. Toen was ik zelfs bang dat we geboorte- en rouwkaart in één moesten sturen. De tekst op de voorkant hadden we in dat geval niet eens hoeven te veranderen:
'Elvis has left the building'.

Wat aan het eind van Elvis Presley's concerten werd gezegd om de hysterische menigte subtiel de zaal uit te manoeuvreren vonden wij bij het ontwerpen van het kaartje wel toepasselijk voor het vertrek uit mijn buik, Kalle's tijdelijke 'building'.  Maar in deze kritieke situatie krijgt deze zin ineens een hele andere lading, beseffen we. Toch laten we het staan. Dit is gewoon zijn kaartje. Punt.

Kalle's nacht was rustig. Wat een opluchting elke keer. Alsof het zwaard van Damocles 's nachts nóg dichter boven zijn hoofd hangt, het onheil sneller toeslaat. Het donker van de nacht voelt als een bedreiging. Daarom moet ik altijd even met de IC bellen. Zodra er wordt opgenomen probeer ik de sfeer te peilen. Ik interpreteer elk geluid. Elke piep, elk rumour, elk huiltje. Hoor ik Kalle? Hoor ik daar verpleegkundigen gespannen met elkaar praten? Of zelfs artsen? Gaat het over mijn zoon? Helemaal erg is het als er niet meteen iemand opneemt. 'Waarschijnlijk zijn ze net Kalle aan het reanimeren', denk ik dan. Wat een opluchtig is het dan om te horen dat gewoon 'alles goed is'. Voor zover je het 'goed' kunt noemen.

Als we in het ziekenhuis aankomen zijn we blij verrast. Kalle lijkt stukken 'wakkerder'. Zijn oogjes zijn nog steeds dicht. Maar hij reageert op de verzorging, ook al is het niet altijd op een positieve manier. Wat zijn we blij dat hij in ieder geval een beetje kan mopperen! De verpleegkundigen vinden hem zelfs wakker genoeg om hem een flesje aan te bieden. En hij drinkt zowaar een paar slokjes! Oh, wat is dit hoopvol!

Voor vandaag is er weer een echo van zijn hoofd gepland. Dr. G. wil kijken hoeveel vocht er nog in de hersenkamers zit. Als hij het grote apparaat naar binnen rijdt voel ik mijn hart bonken. Deze echo zegt misschien niet álles, maar wel véél. Te veel vocht in de kamers is op den duur geen goed teken. Ik heb nog op mijn netvlies staan hoe de laatste echo eruit zag. Als het echo-kopje over Kalle's met gel ingesmeerd hoofdje glijdt zie ik het al: niet best. De kamers zijn eerder groter dan kleiner. Als Dr. G. ze opmeet blijk ik gelijk te hebben. Kennelijk heeft de infectie de randen van de hersenkamers aangetast. Dat is juist de plek waar bij gezonde mensen het vocht steeds wordt geabsorbeerd. Als dat weefsel geïnfecteerd is werkt de absorbtie minder goed en komt er meer nieuw aangemaakt vocht binnen dan 'oud' vocht weggaat.

Ik weet niet wat ik moet zeggen. Hoe kan het dat Kalle beter oogt, maar het in zijn hoofd juist slechter gaat? Dr. G. probeert ons enigszins gerust te stellen. Het kan nog alle kanten op. Hij verwacht de komende dagen verbetering. We geloven hem. Zoals we alles geloven wat hij zegt. Wat is het fijn om een zo kundige, eerlijk en empathische dokter te hebben.

Niet alleen het drinken en het verwijderen van de CPAP is een mijlpaal. Het aller-allerfijnste is nog wel dat we Kalle vandaag op schoot mogen nemen. Het is zo lang geleden. We hunkeren allebei naar lichamelijk contact met onze lieve Kalle dat verder gaat dan het vasthouden van zijn hand of armpje of een voorzichtige kus. Als de zuster hem aangeeft voelt het vertrouwd en toch weer niet. Het is mijn zoontje. Maar met alle medische toeters en bellen die nog aan of in hem zitten vind ik het eng om hem goed vast te houden. Wat als ik iets eruit trek? 









Als we ons goed hebben geïnstalleerd kan ik ontspannen. Wat is het hemels om zijn warme lijf tegen me aan te voelen. En wat heb ik dit gemist. Mijn lief kindje, mijn alles. Ik wil je nooit meer loslaten.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen