zaterdag 17 januari 2015

Vijf jaar geleden - 17 januari 2010

17 januari 2010

We houden onze adem in. Elke dag hopen wij op goed nieuws. Nou ja, béter nieuws. Regelmatig neemt een verpleegkundige bloed af bij Kalle om te checken of de infectiewaarde (CRP) al is gedaald. Elke dag krijgt Kalle een echo van zijn hoofd dat moet laten zien of zijn hersenkamers nog groter zijn geworden of juist toch zijn geslonken. Tot nu toe gaat het allebei de verkeerde kant op.
Nu alleen nog met neusbril
En toch oogde Kalle gisteren wat stabieler. Hoe dat kan? Geen idee. De artsen hebben zelfs besloten om de ademondersteuning - de CPAP - te verwijderen. In plaats daarvan heeft Kalle nu een neusbrilletje waardoor zuurstof zónder extra druk in zijn piepklein neusje stroomt.

Ondanks de vooruitgang qua zuurstofbehoefte maken we ons grote zorgen. We = de artsen en wij. De hersenkamers mogen niet groter worden dan wat normaalgesproken als acceptabele grens wordt gezien. Doen ze dat wel, dan zal Kalle uiteindelijk een hersendrain moeten krijgen. De gedachte dat iemand dan een gat in het hoofd van ons baby'tje boort, door dat gat een slang tot diep in zijn hoofdje steekt zodat het vocht via een nog langere slang naar de buikholte kan lopen...
Voorlopig is er nog geen sprake van. We schuiven die gedachte snel opzij.

Hoe laat de echo is weten we nooit. We wachten. En wachten. We zitten aan Kalle's bedje. Nooit gedacht dat deze omgeving zo vertrouwd zou voelen. Maar we kennen de ruimte, de mensen die er werken, de geur. We weten welk piepje betekent dat een antibiotika-pomp op is en welk piepje betekent dat een kindje het moeilijk heeft. We weten wanneer de diensten beginnen en eindigen, waar en wanneer de artsen een overleg hebben. Aan de non-verbale communicatie van het personeel herkennen we of een kindje er goed of slecht aan toe is. Een geöliede machine die op een vreemde manier veiligheid biedt.

Tijdelijk onze vierkante meters
Die paar vierkante meters in de hoek van de IC zijn tijdelijk ónze vierkante meters. Daar liggen wat boekjes op het kastje, het blauwe rompertje van Kalle (dat hij maar één keer aan heeft gehad). Er staat altijd wel een papieren bekertje met iets te drinken voor ons. Voordat dit onze vierkante meters werden waren het de vierkante meters van een ander gezin. Wie precies wie was begrepen we niet. Wel begrepen we wat het betekent als er een kamerscherm voor de deur van de ouderkamer wordt gezet. Wat het serieuze gezicht van de arts betekent die naar binnen gaat. En waarom er na elkaar steeds mensen naar het bedje in de hoek liepen om vervolgens kort daarna met door verdriet verwrongen lijven achter het gordijn vandaan te komen. Sommige hard snikkend, andere met verstijfd, betraand gelaat. Toen we terugkwamen van een koffiepauze was de hoek leeg en werd hij klaargemaakt voor Kalle.


Ik lees Kalle graag Duitse boekjes voor.
Eergisteren heb ik C. nog een paar links naar medische studies over Salmonella-besmettingen gestuurd die ik tijdens het googlen had gevonden. Ik weet dat zij ook al uren achter de computer door heeft gebracht, in de hoop de gouden sleutel te vinden die helpt de hardnekkige infectie te bestrijden. Maar toch. Stel dat ik nou nét die sleutel vind.
Het blijft een bizar toeval dat zij juist op deze IC werkt. Alle artsen, alle verpleegkundigen hier zijn bijzonder vaardig en empathisch. Indrukwekkend. Echt een bijzonder slag mensen. Toch geeft het een éxtra fijn gevoel dat we iemand persoonlijk kennen.
Vanochtend had ik een mailtje van C. in mijn mailbox. Ze had afgelopen nacht dienst. Kalle heeft ook na mijn nachtelijk belletje rustig geslapen. Fijn dat ik vandaag met deze geruststellende woorden wakker werd.

Eindelijk komt Dr. G. met het echo-apparaat. We houden onze adem in. Ik zie het meteen. Het is weer niet goed.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen