zondag 11 januari 2015

Vijf jaar geleden - 11 januari 2010

Héél even zonder slangetjes in zijn neus.
Hoe kwetsbaar we zijn. Kalle omdat hij op een randje balanceert waar hij elk moment van af kan vallen. Een klein stukje of heel, heel diep. En wij omdat wij er op onze manier al van af zijn gevallen. Ons vertrouwen, ons intens geluk, de veiligheid van ons gezinnetje ... weg. Hopelijk niet voorgoed. De achtbaan aan emoties gedurende een dag maakt soms letterlijk duizelig. We staan op scherp, zuigen elk geluid, elke gelaatsuitdrukking van het medisch personeel, elke piep in ons op. We wachten op het volgende controlemoment, het volgende onderzoek, het volgende gesprek, in de hoop dat het verlossende antwoord zal komen: 'Alles is weer goed. Kalle moet nog een dagje blijven en dan mag u hem weer mee naar huis nemen. Hij zal er niets aan overhouden.' Zoiets. Mijn gevoel beangstigt me. Ik weet niet goed of het mijn intuïtie is die spreekt of mijn vrees. Maar ik voel dat we hier nog wel even zullen zitten.

Het ging best 'goed' met Kalle. In de nacht van 9 op 10 januari hij heeft zelfs om de fles gevraagd. Hij heeft wederom meer gereageerd op de verzorging en hij heeft geen stuipjes meer laten zien. Toen kwam gisteren opnieuw een echo. En de teleurstelling. De bevestiging van onze angst. De hersenkamers worden alleen maar groter, een teken dat de infectie nog niet afneemt. Hoe bizar om toe te moeten kijken hoe een alles verwoestende bacterie het hoofdje van ons kind opvreet. Wij zitten ernaast en moeten toekijken, wetende dat de artsen alles doen wat ze kunnen. Wij hebben zelfs nog een 'bonus-dokter', vriendin C. die nog extra in de computer klimt, studies over deze zeldzame infectie uitpluist. Alles in de hoop dat ze het ontbrekende puzzelstukje vindt dat Kalle wonderbaarlijk zal genezen.

 
Niet alleen de echo was niet best. In de loop van gisteren ging het weer slechter. Kalle leek futlozer, vermoeider. De piepjes van de monitor waren ineens geen loos alarm. Het zuurstofgehalte in het bloed zakte een aantal keren onder de acceptabele waarde. Het ademhalen ging weer moeilijker. Daarom hebben de artsen besloten om toch weer een CPAP te geven. Een buisje in Kalle's neus blaast continu een klein beetje lucht in zijn longen. Daardoor blijven de longblaasjes beter openstaan en is het ademhalen makkelijker. Weer een stap terug.

Kalles temperatuur schommelt. Hij ligt af en toe onder de warmtelamp omdat het bedje alleen niet voldoende warmhoudt. De verpleegkundigen willen hem optimaal kunnen observeren. Daarom draagt hij alleen een luier. Voor de zekerheid hebben de artsen nog maar eens bloed afgenomen en op kweek gezet. Ze vrezen dat Kalle naast de salmonella nog een andere bacterie heeft opgelopen. Dat zou de verslechtering kunnen verklaren. Om een eventuele tweede infectie te bestrijden krijgt hij nu nóg een antibioticum erbij. Ook zoiets. Uitgerekend wij - die nooit medicijnen slikken, zelfs bij knallende hoofdpijn terughoudend zijn met paracetamol - moeten toekijken hoe ons twee weken oud baby'tje dagelijks volgepropt wordt met heftige middelen.

In de loop van de dag wordt duidelijk dat Kalle van de 'box' verhuist naar de zaal. Wat een operatie. We zijn zo gewend aan de privacy van dat kleine kamertje aan het begin van de IC. En nu komt Kalle in de hoek bij het raam te liggen. Het is wel even raar. We voelen ons tentoongesteld. Maar aan de andere kant hebben de verpleegkundigen hem daar beter in het vizier als ze aan het bureau achter de computers en bewakingsmonitoren zitten.

Vanuit deze hoek zien we ineens ook de andere kindjes bewuster. Er liggen veel 'prematuurtjes', te vroeg geboren kinderen die er kennelijk zeer wisselend aan toe zijn. Sommige doen het prima en liggen er gewoon om aan te sterken. Andere kindjes hebben duidelijk meer zorg nodig. Het verschil is onder andere te zien aan de hoeveelheid apparatuur die om een couveuze heen staat. Ook de manier waarop de verpleegkundigen en artsen bij het bedje staan is niet overal hetzelfde. 'Als we hier niet voor Kalle zouden zitten zouden we het allemaal gewoon ontzettend interessant vinden', zeggen we tegen de verpleegkundige. Het is waar. De manier waarop hier gewerkt wordt dwingt veel respect af. Zo effectief, professioneel, rustig. Iedereen weet exact wat hij moet doen. De communicatie onderling en met ons verloopt perfect.

De achterbaan rolt door. Onophoudelijk. Elke ochtend komen we zo vroeg mogelijk. Elke avond vertrekken we zo laat mogelijk naar huis. Daar tussenin proberen we Kalle door onze aanwezigheid te laten voelen dat we er voor hem zijn. Ook al heeft hij zijn oogjes dicht, we willen zo graag geloven dat hij ons 'ziet'. Het feit dat hij zo dichtbij is en tegelijkertijd zo ver weg is nauwelijks uit te houden. Ik betrap me erbij dat ik af en toe bid, terwijl ik mezelf niet als gelovig mens zie. Het is allemaal zo groot. Als er zoiets als een God bestaat kan hij het beste nu aan de goede touwtjes trekken. 



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen